Persoonlijke brief aan de VN

Ingediend door Annemie P. op di, 04/18/2017 - 12:58

Onderstaande brief die ik gemaakt had naar aanleiding van het voorgestelde verplichte inclusief onderwijs, werd verstuurd op 28/02/17 naar crpd@ohchr.org en InfoDesk@ohchr.org. Tot nu toe geen enkel bericht terug gekregen... 


 

Aan The Committee on the Rights of Persons with Disabilities,

Aan The Office of the United Nations High Commissioner for Human Rights,

 

Dit is een brief van een ouder uit België van een 15-jarige zoon met een handicap die het niet eens is met de visie rond inclusief onderwijs. Uw woorden hebben mij geschokt, ja, ik heb ervan wakker gelegen. Het druist in tegen mijn visie rond rechten van personen met een handicap en ik ben zeker niet alleen met die visie.  Ik hoop dat u de tijd neemt om mijn betoog te lezen. Ik hoop dat ik een stem mag krijgen.

 

Het begon allemaal met een reactie van GRIP (een organisatie die zich inzet voor inclusie van personen met een handicap in onderwijs en maatschappij) op de nieuwe nota van onze Vlaamse Minister van Onderwijs rond inclusief onderwijs. Daarin liet GRIP doorschijnen dat het Buitengewoon Onderwijs (BuO genoemd) moet verdwijnen en moet opgaan in een inclusief onderwijs, zoals verplicht door de VN. Dit was de 1e keer dat ik hoorde dat het BuO op termijn moet verdwijnen en ik was diep geschokt. Ik heb dan ook een brief gestuurd naar GRIP die ook in de krant verschenen is. Ik heb daar heel veel positieve reacties op gekregen. En ik heb ook met GRIP een serene dialoog gehad over inclusief onderwijs. Maar telkens kwam het erop neer dat we nu eenmaal verplicht zijn om het te doen ‘omdat VN het gezegd heeft’. 

 

Wel geachte Meneer, Mevrouw, daarom maar een brief rechtstreeks naar de ‘bron’, naar u dus, want ik stoot in mijn land, bij de mensenrechtenorganisaties op een bepaalde onwil. En ik heb het gevoel dat de VN, ongetwijfeld allemaal mensen met heel goede bedoelingen, niet goed begrijpen wat er omgaat in de harten van hun mensen. En dat er beslissingen boven mijn hoofd getroffen worden, door mensen uit verre landen, die een rechtstreeks impact hebben op mij en vele ouders van buitengewone kinderen en dat die zeker niet altijd ten goede zijn.

 

Ik wil kort mijn situatie even schetsen, dat u weet van waaruit dat mijn verontwaardiging komt. Mijn zoon Joris is 15 jaar en heeft ataxie van ongekende ethiologie. Hij kan nauwelijks stappen, verplaatst zich in een manuele rolstoel sinds hij 6 jaar is. Hij kan nauwelijks schrijven door zijn moeilijkheden met de fijne motoriek. Hij heeft een IQ van 53, leest op niveau 2e leerjaar, heeft het héél moeilijk met rekenen. 

 

Ik neem voornamelijk aanstoot op de general comment waarin beschreven is hoe het inclusief onderwijs er moet uitzien volgens u. Ik ben het volledig oneens dat u het buitengewoon onderwijs wilt zien opgaan in een inclusief onderwijs. Dat is heel idealistisch en utopisch. En ik vind niet dat men met kinderen ideologisch moet omgaan. Men mag zomaar niet experimenteren, en dan vooral niet met uiterst kwetsbare kinderen zoals kinderen met een handicap.

 

U druist met uw visie op inclusief onderwijs ook in op een aantal zaken die ook in het VN-verdrag zijn aangehaald; 

 

U zegt: “Respect voor verschillen en aanvaarding dat personen met een handicap deel uitmaken van de mensheid en menselijke diversiteit;”
“Zich voorts rekenschap gevend van de diversiteit van personen met een handicap,” 

Maw: Mensen aanvaarden zoals ze zijn.

Maar dat doet u niet. U accepteert ze niet met al hun verschillen en beperkingen, u wilt ze juist gelijk maken. Waarom moet het kind met zware beperkingen meedraaien in een klasgebeuren en waarom moet het kind steeds ‘op vol vermogen’ draaien met het reëel risico van ‘oververhitting’? Waarom moet het kind altijd horen dat iedereen gelijk is, terwijl het zich meer dan waarschijnlijk helemaal anders voelt? Is het vanuit een sociaal model? Vanuit de overtuiging dat ‘anderen’ moeten leren omgaan met mensen met een handicap? Is het in het belang van ‘de maatschappij’? Dat kan best zijn, maar ik denk nog altijd dat we het kind voor ogen moeten houden; ‘is het kind gelukkig met zijn inclusie’, niet ‘leren de andere kinderen over mensen met beperkingen’. Ze zijn geen studiemateriaal.

 

U zegt: “De noodzaak erkennend de mensenrechten van alle personen met een handicap, met inbegrip van hen die intensievere ondersteuning behoeven, te bevorderen en beschermen,”
“De gewaardeerde bestaande en potentiële bijdragen erkennend van personen met een handicap aan het algemeen welzijn en de diversiteit van hun gemeenschappen, en onderkennend dat bevordering van het volledige genot van de mensenrechten en fundamentele vrijheden en de volwaardige participatie door personen met een handicap ertoe zal leiden dat zij sterker gaan beseffen dat zij erbij horen en zal resulteren in wezenlijke vorderingen in de humane, sociale en economische ontwikkeling van de maatschappij en de uitbanning van armoede”

Maw: Mensen met een handicap moeten zich begrepen en gelukkig voelen. 

U gaat ervan uit dat mensen met een handicap zich gelukkig voelen als ze kunnen participeren in het gewone leven. Wat als u verkeerd bent? Wat als blijkt dat inclusief onderwijs niet voor àlle kinderen goed is? Wat als blijkt dat na verloop van tijd het BuO in ons land nog zo slecht niet was, maar o jammer, we hebben het al afgeschaft omdat ‘het moet van de VN’? Wat gebeurt er met de kinderen die helemaal niet aarden in het inclusief onderwijs? Moeten ze dan volledig afgezonderd worden? Ontdaan van alle mogelijkheden van enig onderwijs? Is thuisonderwijs dan nog de enige optie? Wat met kinderen die een lage levensverwachting hebben? Wat als de handicap niet weg is, ook al verwijder je alle barrières in de maatschappij? Waarom onderkent u de medische kant van een handicap? Wat als zorg primeert op educatie? Of is zorg ondergeschikt? 

 

U zegt: “Respect voor de inherente waardigheid, persoonlijke autonomie, met inbegrip van de vrijheid zelf keuzes te maken en de onafhankelijkheid van personen” 
“Het belang voor personen met een handicap erkennend van individuele autonomie en onafhankelijkheid, met inbegrip van de vrijheid hun eigen keuzes te maken,”
“Overwegend dat personen met een handicap in de gelegenheid moeten worden gesteld actief betrokken te zijn bij de besluitvormingsprocessen over beleid en programma’s, met inbegrip van degenen die hen direct betreffen,” 

Maw: Keuzevrijheid en inspraak voor mensen met een handicap

Maar dat doet u niet. Educatie moet een basisrecht zijn en inclusief onderwijs mag geen plicht worden. U beknot de keuzevrijheid voor mij en mijn kind. Wat als zou blijken dat bepaalde kinderen met een ernstige handicap zich vrijelijk zouden kunnen uitdrukken en zouden aangeven dat ze liever niet naar een ‘gewone’ school zouden gaan? Wij ‘gewone mensen’ gaan daar van uit maar misschien is dat wel helemaal niet zo. En dan zijn het vooral de ouders die hun kind het beste kennen en die dit kunnen aangeven.

 

U zegt: “Ervan overtuigd dat het gezin de natuurlijke hoeksteen van de samenleving vormt en recht heeft op bescherming door de samenleving en de Staat en dat personen met een handicap en hun gezinsleden de nodige bescherming en ondersteuning dienen te ontvangen, teneinde hun gezinnen in staat te stellen bij te dragen aan het volledige genot van de rechten van personen met een handicap en wel op voet van gelijkheid met anderen,”

Ik beroep mij, als ouder, op mijn recht om het beste te willen voor mijn kind. Ik en meerdere professionelen met mij, ben stellig van mening dat inclusief onderwijs niet de juiste aanpak is voor mijn kind met meervoudige beperkingen. Ik wil niet dat mijn kind telkens tegen zijn onkunde botst en daarmee geconfronteerd wordt, want dàt hij niet slim is begrijpt hij heel zeker! Ik wil een omgeving speciaal aangepast voor mijn kind, waar er àltijd speciale aandacht is voor wat hij wél kan. Ik wil dat hij omringd wordt met kinderen zoals hij, zodat hij zich niet altijd het buitenbeentje moet voelen en ook voelt dat hij niet alleen is met zijn problemen. Speciaal onderwijs is een dienst in een speciale plaats voor bepaalde kinderen. En in simpele bewoordingen van mijn kind uitgelegd: ‘Schaf mijn school niet af aub. Ik ga heel graag naar school en wil dat die blijft.’ HIJ IS GELUKKIG! Waar haalt u het recht vandaan om voor mij en mijn zoon te beslissen welk soort onderwijs wij krijgen. De vrijheid van de één stopt waar die van de ander begint.

 

U zegt: “Respect voor de zich ontwikkelende capaciteiten van kinderen met een handicap en eerbiediging van het recht van kinderen met een handicap op het behoud van hun eigen identiteit.” 

Ik ben er zeker van dat sommige kinderen meer leren in een gespecialiseerde omgeving dan ze ooit zouden kunnen leren in een inclusieve klasomgeving. Het BuO heeft juist als belangrijk doel om het kind met handicap voor te bereiden op de maatschappij. En dat doen ze op veel verschillende manieren, op cognitief en vooral ook op sociaal en emotioneel vlak. Enkel een kind dat zich goed voelt komt tot leren. Er zijn wel degelijk projecten van inclusie vanuit het buitengewoon onderwijs. Er is reeds een interactie aan het groeien met het gewoon onderwijs. Het is niet zo dat het kind in het buitengewoon onderwijs volledig afgesloten wordt van de maatschappij. We stoppen ze niet weg om ze te vergeten. Neen, we geven hun de tools om om te gaan met de maatschappij, een basis waarop ze hun verder leven kunnen verder bouwen.

 

U zegt: ”1.De Staten die Partij zijn nemen alle nodige maatregelen om te waarborgen dat kinderen met een handicap op voet van gelijkheid met andere kinderen ten volle alle mensenrechten en fundamentele vrijheden genieten.
2. Bij alle beslissingen betreffende kinderen met een handicap vormen de belangen van het kind een eerste overweging.
3. De Staten die Partij zijn waarborgen dat kinderen met een handicap het recht hebben vrijelijk blijk te geven van hun opvattingen over alle aangelegenheden die hen betreffen, waarbij op voet van gelijkheid met andere kinderen en in overeenstemming met hun leeftijd en ontwikkeling naar behoren rekening wordt gehouden met hun opvattingen en waarbij zij bij hun handicap en leeftijd passende ondersteuning krijgen om dat recht te realiseren.”

Voor mij is dit het belangrijkste in de hele discussie: de belangen van het kind zijn de eerste overweging. Laat de kinderen én hun ouders zelf kiezen hoe ze hun recht op onderwijs ingevuld zien. Nu ontneemt u ons dat recht van keuze van onderwijs, en dat kan niet de bedoeling zijn, hoop ik!

 

Het verbaast me verder dat u wel toelaat dat er handicapspecifiek sport- en recreatieactiviteiten bestaan. Gelukkig maar, anders was dit verdrag misschien het einde van de Paralympics. Paralympics is oke, special education niet… Eigenlijk vraagt u, met betrekking tot het onderwijs, om een inclusieve olympics waar de rolstoelatleten moeten wedijveren met de lopers. Uitgaande van de gedachte dat het beter is mee te doen dan mee te kunnen en dan verwachten dat de persoon in een rolstoel dat helemaal niet erg vindt, en met het argument dat dit dé manier is waarop hij/zij kan groeien tot de beste versie van zichzelf. Het spijt me, maar ik zie het niet, ik word er eerder triest en kwaad van…

 

Inclusief als het kan en gewild is, absoluut! Maar alstublieft, schaf het buitengewoon onderwijs, zoals ze de dag van vandaag bestaat, niet af. Laat de kinderen en de ouders de beste onderwijsoptie KIEZEN zodat het kind GELUKKIG is (ipv zo geschoold mogelijk) en zijn eigen plaats in deze wereld kan leren vinden.

 

Getekend,

Annemie Pupe